Fragmenten

Vier fragmenten uit verschillende delen van het boek

Bevrijdingsdag
Het is op het moment van het interview precies negen jaar geleden dat Nicole overleed. Omringd door haar familie stierf ze, eenentwintig jaar jong, op de manier die ze zo graag wilde: rustig en waardig. Ze verlangde hevig naar een plek waar ze niet meer zou hoeven lijden: de ‘witte wereld’, zoals ze het noemde. Op de zwart-wit foto die kort voor haar dood genomen werd, zie ik een mooie jonge vrouw met een naar binnen gekeerde blik, die niet van deze wereld is. Volgens haar ouders had ze prachtige, intens blauwe ogen waar je in kon wegzinken.

“Op vakantie had ze een vriendje. Ze was dertien jaar. We begrepen pas veel later dat die haar grenzen niet heeft gerespecteerd. Wat er precies gebeurd is, weten we niet.
De winter na die vakantie ging het mis: ze trok zich steeds meer terug, er was moeilijk contact met haar te krijgen en ze lag dwars. Toen ook trof ik haar voor het eerst in de badkamer aan met een schaar waarmee ze zichzelf sneed. Ik wist niet wat ik zag. Ze was opstandig en had moeite met zichzelf, maar zoiets… Het was echt een shock voor me.
Pas later snapten we dat wat er met dat vriendje gebeurd was de ‘trigger’ bleek voor wat haar in haar vroege jeugd was overkomen. Daar wisten wij niets van.

Ik ben toen naar een paragnost gegaan. Die ‘zag’ dat (…) er rond haar vierde iets met haar gebeurd was, iets met haar fietsje en mannen die haar molesteerden en seksueel misbruikten, een blok huizen verderop. Ik vond het onzinnig. Maar toen ik mijn dagboeken erop na sloeg, bleek het te kloppen: ze was toen een keer krijsend en onder het bloed thuisgekomen. Ze vertelde dat ze van haar fietsje was gevallen. Dat lag verderop in de straat. Achter onze wijk zat een vrachtwagenbedrijf en daar moet het zijn gebeurd. Die gebeurtenis heeft toen zowel thuis als op school veel aandacht gekregen, maar werd helemaal verkeerd geduid. Ik heb de signalen niet opgepikt en dat vind ik heel erg.

Kort nadat ik bij de paragnost was geweest en zijn verhaal had gehoord, kregen we een brief van Nicole waarin ze ons in bedekte termen hetzelfde verhaal vertelde. Die mannen hadden haar onder druk gezet: als ze het thuis zou vertellen, zouden ze het huis in brand steken. Toen begrepen we ook waarom ze zich thuis niet echt veilig voelde en vaak bang was alleen te zijn. Ze heeft het ook aan Joop, haar vriend van toen verteld en daarna heeft ze het er nooit meer over gehad.”

De hulpverlening
De reguliere hulpverlening komt er in de meeste interviews niet best vanaf. Ten dele natuurlijk omdat het cliënten betreft die een eind aan hun leven maakten en waarbij de hulp dus faalde.
De geïnterviewden en de overledenen voelden zich meestal in de kou staan, onbegrepen, niet geholpen. Ook de hulpverleners zelf voelen zich vaak machteloos en gehinderd door het systeem dat uit is op efficiency en juridische onkwetsbaarheid. Instellingen moeten zich houden aan regels en kampen met personeelsgebrek.
De omgeving waar mensen worden opgevangen die het leven niet meer zien zitten, helpt ook niet echt mee om van gedachten te veranderen, integendeel. Die omgeving is meestal zakelijk, hard en steriel, met weinig aandacht voor de behoeften van de ziel.

Ook wordt duidelijk uit de interviews dat de onbespreekbaarheid van de wens tot zelfdoding het verlangen ernaar alleen maar versterkt. Ik zou, al met al, dan ook willen pleiten voor een andere hulpverlening, één die gebaseerd is op werkelijk begrip en aandacht voor de persoon en zijn wensen, zonder taboes en oordelen, in een warme, vriendelijke omgeving. Die omgeving zal op zijn minst kleinschaliger moeten zijn, zodat de menselijke maat gewaarborgd wordt. Dergelijke initiatieven zijn er gelukkig hier en daar al. Een voorbeeld daarvan zijn de zorgboerderijen, maar er ontwikkelt zich gelukkig steeds meer op dit gebied.

Maar dat is niet voldoende. Juist binnen de psychiatrische instellingen, waarover de laatste tijd zoveel negatieve informatie naar buiten komt, zou naar mijn idee veel kunnen veranderen. Het is niet voldoende als die veranderingen alleen optisch zijn, ze zouden van binnenuit moeten komen. Op zijn minst zouden psychiaters en andere behandelaars zich kunnen gaan verdiepen in de informatie die ook in dit boek gegeven wordt, over het bestaan van de ziel en reïncarnatie; al is het maar om patiënten die hier zelf voor open staan beter te begrijpen. Als iemand uitgaat van de evolutie van de ziel door meerdere levens heen zal hij heel anders aankijken tegen zijn patiënten en het proces dat zij doormaken. Daar is wel een omslag in denken voor nodig die heel lastig is voor wetenschappelijk geschoolde psychiaters en psychologen.
Maar wellicht is het voldoende als zij zien dat hun patiënten baat hebben bij deze andere benadering en hoeven zij niet persé te geloven in de achterliggende filosofie. Zoals men ook nog steeds niet wetenschappelijk heeft kunnen aantonen waarom bepaalde medicijnen werken, maar ze toch voorgeschreven worden, omdat ze effectief blijken te zijn.

Het zou goed zijn als de reguliere sector alternatieve behandelaars die allang werken op basis van de denkbeelden die in dit boek aan bod komen en die aantoonbaar goede resultaten behalen, serieus zou nemen. Samenwerkingsverbanden liggen voor de hand, maar daarvoor is een meer open houding wederzijds van groot belang.

Het levensplan
De ziel kiest dus, voor ze naar de aarde komt, haar toekomstige leven uit. Dat doet zij niet alleen, ze wordt daarbij begeleid door haar leraren en gidsen. Dit zijn niet-belichaamde wezens die meestal gedurende al onze incarnaties en ook tussen levens in, bij ons zijn om ons te ondersteunen en te begeleiden. Zij moeten ons ook tijdens ons leven herinneren aan wat we afgesproken hebben te gaan doen en weer vergeten zijn, omdat op het moment dat we op aarde komen, er een soort bewustzijnsverlies plaatsvindt. Dat is nodig, omdat we anders het spel van het leven niet zouden kunnen spelen en niet onbevangen aan een nieuw leven zouden kunnen beginnen.

Contact met spirituele gidsen/leraren en met je eigen ziel en Hoger Zelf* vindt voornamelijk plaats gedurende de nacht, als je in je niet-fysieke lichaam in de andere dimensie verkeert. Dat gebeurt bij iedereen, en wel tijdens de diepe slaap. Maar ook door meditatie en contemplatie en vooral door in contact te zijn met je gevoel, je hart, kun je dat contact ervaren. Dit is van wezenlijk belang, omdat we daardoor leiding kunnen ervaren bij het doen van keuzes in ons leven.

Ons levensplan hebben we niet voor niets zo opgesteld; het is de bedoeling dat we gedurende dit leven problemen tegenkomen, met het doel ze aan te gaan en ervan te leren. Door moeilijkheden tegen te komen en ze op te lossen leren we het meest, want als alles van een leien dakje zou gaan voel je de noodzaak niet om te veranderen: het is dan wel best zo. Maar de bedoeling van je levens op aarde is juist, dat je groeit in bewustzijn, in zelfstandigheid, wijsheid, liefde en mededogen. Door problemen te overwinnen word je sterker en bewuster.

Daarnaast kom je ook op aarde om jouw specifieke talenten verder te ontwikkelen en om te genieten van het leven in een lichaam. Dat biedt weer heel andere ervaringen en genoegens dan een lichaamloos bestaan. Eén van de belangrijkste dingen die we hier kunnen leren, is onszelf lief te hebben en te accepteren zoals we zijn, met al onze aardse beperkingen en tekortkomingen. Maar ook onszelf weer bewust te worden van wie we in wezen zijn: een ziel die verbonden is met het goddelijke, of Al Dat Is en er deel van uitmaakt.
Vanuit het oogpunt van de ziel is het leven in een lichaam op aarde een spannend spel: het biedt een geweldige uitdaging, zonder dat je echt gevaar loopt. Als ziel weet je dat de dood niet bestaat en het lijden op aarde slechts tijdelijk is, een korte onderbreking van het tijdloze bestaan in de dimensie waar de ziel eigenlijk haar thuis heeft.

Als je als ziel in een lichaam op aarde komt, zul je vaak in omstandigheden terechtkomen die allesbehalve ideaal zijn. Maar ook als je in materieel opzicht niets te kort komt, kun je toch de nodige kwetsuren oplopen in je jeugd. Je ouders zijn niet perfect en maken fouten, dat is onvermijdelijk.

De trauma’s uit je jeugd activeren meestal oude psychische wonden uit vorige levens en dat is ook de bedoeling. Door ze tegen te komen kun je er iets mee gaan doen. Vaak stop je de onverwerkte emoties zo ver weg, dat je helemaal niet meer bewust van ze bent. Later in je leven komt dan meestal een moment waarop je er niet meer omheen kunt; je moet er iets mee gaan doen, anders word je ziek of gebeuren er andere vervelende dingen. Je kunt verzeild raken in omstandigheden die om duidelijke keuzes vragen: voor jezelf, voor wat goed is voor jouw ziel, en dat kan iets heel anders zijn dan wat maatschappelijk als goede keuze gezien wordt. Daardoor kun je met jezelf en de omgeving in conflict komen. De problemen lijken soms zo groot, dat je het gevoel hebt ze niet aan te kunnen.
Wees er echter van overtuigd dat dit niet zo is. Je hebt als ziel nooit iets gekozen wat je per definitie niet aan kunt, daar zorgen je begeleiders wel voor. Het kan wel zijn dat je in eerdere fases van je leven de uitdagingen die er lagen niet aan bent gegaan en het probleem nu een des te groter obstakel is geworden. Toch is er altijd hulp aanwezig. Hulp die jouw gidsen je aanreiken, bijvoorbeeld in de vorm van een boek, een therapeut of ander werk. Maar bij hun liefdevolle ondersteuning kun je ook op andere manieren veel baat hebben.

De problemen lijken soms onoplosbaar als je geen contact hebt met je intuïtie, de stem van je hart. Je kunt zo diep gekwetst zijn dat je jezelf helemaal hebt afgesloten van dat gevoel in je hart, omdat je bang bent dat dan ook de andere gevoelens die je juist eronder wilde houden, naar boven komen.

Nieuwetijds kinderen
Paula Adelaar (1947) heeft al vierendertig jaar een praktijk als paranormaal therapeut. Zij werkt veel met zogenaamde nieuwetijds kinderen, een groep zielen die juist in deze tijd op aarde incarneert om mee te helpen het bewustzijnsniveau te verhogen en het contact met de spirituele dimensie te versterken. Deze kinderen komen op de wereld met vaak sterk ontwikkelde paranormale vermogens, maar zij zijn zich daarvan meestal niet bewust. Die vermogens uiten zich regelmatig in een vorm van hooggevoeligheid waar ze last van kunnen hebben, zeker als hun omgeving daar niets van begrijpt. Ze hebben niet zelden persoonlijkheidsstoornissen, die bijvoorbeeld als ADHD of autisme* gediagnosticeerd worden.
Een goede begeleiding door mensen die begrip hebben voor deze problematiek, of deze herkennen uit eigen ervaring, is buitengewoon belangrijk, anders ontsporen deze kinderen en jongeren soms en worden ze suïcidaal.

Paula straalt zelfvertrouwen en een rustig soort enthousiasme uit.
“De mensen die bij me komen en die rondlopen met zelfdodingplannen zijn veelal hoogsensitief*. Omdat ik dat zelf ook ben, begrijp ik heel goed met welke problemen ze worstelen. Als ik die benoem zie ik hoe ze letterlijk opveren en anders in hun stoel gaan zitten.
Hoogsensitieve mensen zijn gevoeliger dan normaal en nemen ongewild energieën van anderen op in hun eigen energieveld. Dat geeft problemen. Vaak zijn ze paranormaal begaafd zonder het zelf te weten.

Ook Tom is hoogsensitief. Het werd bij hem, net als bij veel anderen gediagnostiseerd als ADHD, of ADH*, maar dat is het niet. Het geeft misschien gedrag dat daarop lijkt, maar het is wezenlijk iets anders en de gebruikelijke medicatie als Ritalin en Concerta werkt dan ook niet.
Ik krijg tegenwoordig veel jongeren bij me en kinderen vanaf een jaar of negen.
Deze generatie kinderen staat nog meer open voor andere dimensies dan de generatie daarvóór, de zogenaamde nieuwetijds kinderen. Deze jonge kinderen ondervinden veel problemen hierdoor. Soms is de thuissituatie slecht, maar zeker niet altijd. Het gebeurt ook wel dat het juist te makkelijk is. Alle problemen worden al opgelost voordat ze kunnen verschijnen, zodat deze jongeren niet de kans krijgen te leren omgaan met moeilijkheden. Financieel is alles mogelijk, maar er is weinig echte aandacht voor het kind.
(…)
Veel jongeren gebruiken drugs of medicijnen, ook een soort drugs, omdat ze denken daarmee iets op te lossen. Als ze bij mij komen, laat ik ze naar zichzelf kijken, vertel ze wat hun hooggevoeligheid met ze doet en hoe ze dat kunnen leren hanteren. Ik heb daar zelf natuurlijk de nodige ervaring mee en ken heel wat technieken die je kunt gebruiken om daar meester over te worden.

Hooggevoeligheid houdt in dat je te veel openstaat voor energie die niet van jou is. Stel dat een kind naar huis fietst en de thuissituatie is problematisch. Een hooggevoelig kind pikt de energie die er thuis hangt al op lang voor hij daadwerkelijk het huis in stapt.
(…)
Er zitten veel paranormaal begaafde mensen in psychiatrische klinieken. Mensen die stemmen horen, staan soms in contact met andere dimensies. Maar vaak zijn deze mensen heel eenzaam en onderhouden ze eigenlijk zelf het contact met de stem of stemmen wat niet zelden tot ernstige ontsporingen lijdt.
Er zijn ook mensen die stemmen horen van deelpersoonlijkheden van henzelf. Een tijdlang heb ik veel met deze mensen gewerkt, nu kom ik ze niet meer tegen in mijn praktijk. Ik kan ze meestal niet van de stemmen afhelpen, maar dat komt ook omdat het zulke eenzame zielen zijn, dat ze blij zijn dat er überhaupt een vorm van contact is. Ze houden zelf het poortje open. De mensen die MPS* hebben, hebben meestal in hun jeugd te maken gehad met incest of andere vormen van seksueel misbruik. Dat zie ik dan, ook als ze het niet uit zichzelf vertellen, want als ik mensen bij me krijg en ze vertellen over hun jeugd dan ga ik beelden zien, als een soort film. Ik vertel er alleen iets over als dat nodig is, over het algemeen doe ik dat niet.
Ik lees ook handen, daaruit kan ik ongelofelijk veel informatie halen, alles is daarin te zien, tot de kleinste details toe, en wel vanaf de conceptie. Dat kan iedereen leren, daar hoef je geen speciale vermogens voor te hebben.”