Fragmenten

Fragment 1
Als ik bij Opa ben, spelen we vaak met Lego. 
Opa kan de mooiste auto’s maken.
Maar Opa kent ook allemaal leuke trucjes.
Hij tilt me vaak heel hoog op en dan klim ik op zijn nek.
Ik rol dan over zijn schouder en glijd langs zijn rug omlaag.

We hebben samen erg veel plezier. 
Opa kan ook heel goed kietelen.
Hij weet precies de plekjes te vinden waar ik niet tegen kan…
Ik val dan slap van het lachen van de bank af.
Mam zegt dat we niet zo druk moeten doen, maar Opa en ik vinden dat juist cool.
Je zou kunnen zeggen dat ik een hele ongewone en coole Opa heb.
We spelen ook vaak spelletjes, maar winnen van Opa is niet zo gemakkelijk.
Hij speelt vaak vals.
Hij denkt dat ik het niet door heb, maar meestal zie ik het tóch.
Hij gaat dan heel opvallend fluiten…
En dan weet ik het al meteen!

Ik hou heel veel van Opa.
Iedere keer als ik tijd heb, ga ik zo snel mogelijk naar hem toe.


alt 


Fragment 2
Vandaag gaan we op bezoek bij Opa in het ziekenhuis.
We zijn met de auto gekomen. 
Ik stap snel uit de auto en gooi de deur achter me dicht.
Ik heb er zin in en ren vast vooruit.
Mam komt langzaam achter me aan. 
‘Wacht even Daan,’ zegt Mam.
‘We moeten eerst vragen in welke kamer Opa ligt.’
Niks ervan, ik weet precies waar Opa ligt.
Ik heb het al achter mijn ogen gezien!
Het is misschien slimmer om mijn mond hierover te houden. 
Mam gelooft me tóch niet... 
Ik wil niet dat ze weer boos wordt op mij.
Ik heb de kamer van Opa snel gevonden en gooi de deur wijd open.

Opa zit rechtop in bed.
Hij lacht naar me.


alt

Fragment 3
Ik ben wakker geworden van een geluid.
Het is helemaal donker in de kamer.
Ook het geluid van de televisie is weg.
Ik denk dat Mam en Pap ook al naar bed zijn gegaan en slapen.
Ik kijk de donkere kamer rond.
Ik zie de schaduwen van mijn speelgoed en de knuffels.
Opeens zie ik in een hoek een klein lichtje.
Wat is dat voor een lichtje?
Daar zit helemaal geen lamp!
Het lichtje wordt snel groter en komt dichterbij.

Dan gaat het lichtje op de rand van mijn bed zitten.
Het gekke is dat ik helemaal niet bang ben.
Ik ken dit lichtje… het voelt heel vertrouwd.
Als ik beter kijk, zie ik dat het lichtje de vorm aan neemt van Opa.

OPA! OPA! OPA!
Ik begin te schreeuwen van blijdschap.
‘Ssssttt,’ zegt Opa. ‘Je maakt Mamma nog wakker.’ 
Ik snap er niks van.
Hoe kan Opa opeens op mijn bed zitten?
Hij was toch dood gegaan?

alt